
Op 29 mei 2026 lanceerden wij ons initiatief in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam. De donkere onweerswolken die over het IJ trokken mochten de gemoedstoestand binnen het IISG-gebouw gelukkig niet dempen: met enthousiasme presenteerde de redactie van het Jaarboek de plannen voor de komende periode, gevolgd door een bevlogen en prikkelend panelgesprek waarin verschillende generaties en zienswijzen aan bod kwamen.
Hoofdredacteur Bart van der Steen opende het evenement door het huidige Jaarboek te positioneren ten opzichte van haar voorgangers. Over deze positionering schreef ook redactielid Marieke Dwarswaard onlangs op webblog Over de Muur. Na een korte uiteenzetting van wat er in 2026 en 2027 zoal gaat komen rondom het Jaarboek, traden er verschillende panelleden in gesprek om zich te buigen over de mogelijkheden van het nieuwe Jaarboek én over de bredere geschiedschrijving van socialisme en arbeid anno 2026. Onder moderatie van Marieke Dwarswaard gingen Lieve Baetens (directeur Volksbuurtmuseum Utrecht), Dennis Bos (historicus geïnteresseerd in de geschiedenis van radicale socialisten, communisten en anarchisten), David Grantsaan (historicus geïnteresseerd in dekolonisatie, antikolonialisme en Surinaamse sociale bewegingen) en Rosa Kösters (onderzoeker geïnteresseerd in de geschiedenis van arbeid en sociale bewegingen; tevens redactielid van het jaarboek) in op een scala aan vragen: welke nieuwe kwesties dienen zich anno 2026 aan met betrekking tot onderzoek naar arbeidersbewegingen? Waar liggen kansen voor de interactie tussen onderzoek en publieksgeschiedenis? En hoe kunnen verschillende perspectieven elkaar versterken? Met name de positionering van het nieuwe Jaarboek ten opzichte van andere onderzoeksinititatieven en sociale bewegingen stond centraal; ook kwesties van afbakening – tijd, plaats, en type onderzoek – en samenwerking brachten veel inzichten voort.
Het programma werd afgesloten met een presentatie van Lieve Baetens van het Volksbuurtmuseum. Deze afsluiter liet zien hoeveel een sterkere interactie tussen arbeidshistorici en erfgoedsinstellingen ons nog kan brengen in het voelbaar maken, toegankelijk bespreken, en kritisch bevragen van arbeidersgeschiedenissen en hun plek in het heden.